Wat zijn de belangrijkste veranderingen: (N.B. dit zijn niet alle veranderingen)
Geen restitutie van het inschrijfgeld na sluiting van de inschrijving. Door de sterke toename van het aantal afmeldingen voor jachthondenproeven ondervinden organisaties steeds meer nadelen. Meerdere wedstrijden zijn niet volledig gestart, doordat er onvoldoende reserves beschikbaar waren of doordat deelnemers zich op het laatste moment afmeldden. De verwerking van deze afmeldingen kostte organisaties veel extra werk. Om deze redenen is een nieuwe regel ingesteld. Restitutie van het inschrijfgeld vindt alleen plaats wanneer een afmelding wordt gedaan 14 dagen vóór de datum van de jachthondenproef. De organiserende instantie brengt hierbij 30% van het inschrijfgeld in rekening als administratiekosten. Vanaf 14 dagen voor de datum van de proef vindt er geen restitutie van het inschrijfgeld meer plaats, ook niet wanneer reserves kunnen worden ingezet. Alleen reserves die niet mee kunnen doen, en wel het inschrijfgeld al betaald hebben, krijgen hun geld terug. In uitzonderlijke gevallen kan, in overleg met de organiserende instantie, alsnog besloten worden tot teruggave van het inschrijfgeld.
Het zich respectvol gedragen tegenover gedelegeerden, keurmeesters en andere vrijwilligers.Vanwege het toenemende aantal incidenten, die veelal onbedoeld ontstaan tijdens het heetst van de strijd, is het noodzakelijk dit expliciet in het reglement op te nemen. Het is verboden tegenover gedelegeerden, keurmeesters en officials handtastelijk te zijn, onwelvoeglijke taal te gebruiken of deze functionarissen anderszins te beledigen of te bedreigen. Dit leidt tot een diskwalificatie.
Het uitsluiten van kwaadaardige honden. Het is verboden om met kwaadaardige honden deel te nemen aan jachthondenwedstrijden. Mocht een hond toch agressief gedrag vertonen, leidt dit tot een diskwalificatie en maakt de gedelegeerde hier een melding van. Bij herhaling van dit gedrag kan deze hond door ORWEJA worden uitgesloten van verdere inschrijving voor jachthondenwedstrijden gedurende minimaal een jaar. Deze regel is ingevoerd om het aantal incidenten te verminderen.
Het niet aanraken van je hond gedurende de proef.Naar aanleiding van het toenemende aantal voorjagers dat hun hond tijdens de proef aanraakt, zijn hiervoor specifieke regels in het reglement opgenomen. Het door de voorjagers onnodig aanraken van hun hond gedurende de proef, leidt tot puntenaftrek. Daarnaast is het verboden je hond fysiek te straffen, dit leidt tot een diskwalificatie.
Het niet belonen van je hond voor het einde van de proef.Het is belangrijk om te benadrukken dat een proef pas beëindigd is als de hond terug aangelijnd is. Hieraan is toegevoegd dat het verboden is om voer beloningen en happy dummy’s te geven op de plaats van de proef. Lijn je hond aan, loop weg van de inzetplek en geef vervolgens je beloning of happy dummy. Een voorbeeld uit de praktijk: valt er per ongeluk voer op de grond, dan kan dit een volgende hond beïnvloeden. Bovendien bevordert deze werkwijze de doorstroming van de proef.
Het modelapport op de SJP
Onder het begrip modelapport wordt niet langer vereist dat een hond het apport zittend afgeeft. De definitie van het modelapport is voor alle wedstrijdvormen gelijkgetrokken, een hond mag het apport dus ook op correcte wijze staand afgeven.
70 punten voor deelname aan proef I op de SJP.De afgelopen jaren is het aantal deelnemers aan de dirigeerproef te land (proef I) sterk toegenomen, waarbij een relatief groot aantal hier nog niet klaar voor is . Dit leidt onnodig tot langere wachttijden voor voorjagers en honden, maar ook tot een hogere druk voor keurmeesters en organisaties, en een langere duur van de SJP. Daarom is besloten dat een hond minimaal 70 punten op die dag moet hebben behaald voor de C-B-proeven voordat deelname aan proef I is toegestaan. Deze maatregel moet voorkomen dat voorjagers hun honden overvragen.Het besluit is genomen na uitvoerig overleg, met nadruk op de gevolgen voor de verschillende rassen. Verschillende scenario’s zijn besproken en de effectiviteit is geëvalueerd op basis van gegevens van de SJP’s georganiseerd tussen 1 maart en 31 augustus 2025 (28 wedstrijden). Hieruit blijkt dat, indien een B-diploma van 70 punten verplicht was geweest voor deelname aan de dirigeerproef, het aantal deelnemers met 17,8% zou zijn afgenomen.Van de deelnemers met minder dan 70 punten behaalde 10,3% een voldoende op de dirigeerproef, en uiteindelijk haalde slechts 6,0% het SJP A-diploma. Dit betekent dat het invoeren van de nieuwe regel in concrete cijfers geleid zou hebben tot 4 SJP A-diploma’s minder. In verhouding tot de verminderde deelname aan proef I wordt deze maatregel als verantwoord gezien.Daarnaast is het invoeren van deze regel consistent met bestaande regels: deelnemers moeten al een SJP B-diploma van minimaal 68 punten hebben behaald om mee te doen aan een MAP B. Het SJP A-diploma is een stap hoger, waardoor het halen van een SJP B-diploma van minimaal 70 punten als haalbaar wordt beschouwd.
De apporten op proef I ten opzichte van de windrichting.Tijdens de evaluatie van dit reglement bleek dat apporten op proef I te vaak ‘vrij verloren’ werden gezocht, terwijl het doel is om dirigeren te beoordelen. Daarom is expliciet toegevoegd dat vrij verloren zoeken van de duiven niet is toegestaan. Om nog meer nadruk te leggen op het dirigeren, is besloten de apporten anders neer te leggen ten opzichte van de windrichting:Komt de wind van rechts, dan ligt de duif op 100 meter rechts van de andere duif.Komt de wind van links, dan ligt de duif op 100 meter links van de andere duif.In de oude situatie lag dit andersom. Daar bleek dat een hond die eerst de kortbij liggende duif apporteerde en vervolgens zelfstandig terugging, door verwaaiing van de verre duif deze zonder lijn kon binnenbrengen. De nieuwe opstelling probeert dit te voorkomen en stimuleert beter dirigeren.
Het verminderen van wildgebruik op de MAP.
Een van de doelen van het herzien van het ARJP is om het reglement actueel en toekomstbestendig te maken. Daarbij is het gebruik van wild, met name bij Meervoudige Apporteerproeven (MAP’s), een punt van discussie geworden. Het gebruik van wild op (openbare) terreinen wordt steeds lastiger, het legaal verkrijgen van wild is moeilijker geworden en de kosten van wild zijn de afgelopen jaren gestegen. Hierdoor zijn ook de inschrijfkosten voor deelnemers hoger geworden. Het doel is dat MAP’s toekomstbestendig blijven voor organisaties en betaalbaar voor deelnemers. Met de invoering van deze regel wil Stichting ORWEJA organisaties de mogelijkheid bieden het inschrijfgeld te verlagen.Na uitvoerig overleg is daarom besloten dat:Bij B1, B2, B4 en B5 twee dummy’s geapporteerd moeten worden.Bij A1, A2, B3 en B6 twee stuks wild geapporteerd moeten worden.De dummy’s die gebruikt mogen worden zijn: canvas dummy 500 gram of 1000 gram, op wild lijkende kunstof dummy’s en vacht (klein wild) dummy’s van maximaal drie kilo (dit geldt ook voor de KAP en TAP).Dit betekent dat een combinatie op een MAP vier proeven met dummy’s en twee proeven met wild aflegt. We begrijpen de impact van deze maatregel, maar hopen hierdoor organisaties te ontlasten, de kosten te drukken en het organiseren van MAP’s in de toekomst mogelijk te houden.
Het deelnemen aan de Nimrod met één hond.Voorheen was hierover geen bepaling opgenomen in het reglement. Naar aanleiding van de uitzonderlijke situatie in het afgelopen jaar, waarbij een voorjager zich met twee honden kwalificeerde, is besloten dit expliciet in het reglement vast te leggen. Een voorjager mag uitsluitend met één hond deelnemen aan de Nimrod, ongeacht of hij of zij zich met meerdere honden heeft gekwalificeerd. Deze bepaling is opgenomen om logistieke redenen, ter waarborging van de eerlijkheid van de wedstrijd en vanuit de overtuiging dat dit in het belang is van zowel hond als voorjager.bij de MAP geen wild meer bij proef B1, B2, B4 en B5.